|
|
|
Techniek WDM
WDM staat voor Wavelength Division Multiplexing, een methode om simultaan
over één vezel meerdere signalen uit te zenden. Dit wordt bewerkstelligd
door meerdere inkomende signalen op te pakken en ieder met een eigen
golflengte over dezelfde glasvezel uit te sturen.
|
|
 |
|
 |
|
 |
|
 |
|
WDM Techniek
Dense Wavelength Division Multiplexing
Het belangrijkste verschil tussen Coarse en Dense WDM is
de gebruikte bandbreedte per kanaal. Opmerkelijk is ook dat DWDM versterkt
kan worden, CWDM niet.
De laserdiodes die worden gebruikt bij WDM zenden ieder in een bepaalde
golflengte uit. De golflengte van de transmissie hangt echter af van de
temperatuur. Voor elke graad celcius warmte stijging, verschuift de
golflengte van de laser met 0.08 nm. Bij een groot temperatuursverschil
tussen de zender en ontvanger kan het verloop derhalve zo groot worden,
dat de kanalen door elkaar gaan verschuiven en dit moet uiteraard voorkomen
worden.
Kanaalscheiding kan in principe op twee manieren. Enerzijds kan de
kanaalbreedte dusdanig groot worden gekozen, dat het verschuiven met 10 nm
getolereerd wordt. Anderzijds kan men de lasers zeer nauwkeurig koelen,
waardoor ze niet afhankelijk zijn van de buiten-temperatuur en dus immer
licht van dezelfde golflengte uitzenden.
Deze gedifferentïeerde technieken staan aan de basis van wat men
Coarse (ongekoeld, brede kanalen) en Dense (gekoeld, smalle kanalen)
Wavelength Devision Multiplexing noemt.
|
|
 |
|
 |
|
|
 |
|
 |
|
CWDM vs DWDM
CWDM biedt als voordeel dat de lasers niet goed gekoeld moeten opereren,
wat een kostenbesparing is in termen van warmte dissipatie alsook
aanschafprijs. Uiteraard volgt uit een ruime kanalenkeuze dat er in
standaard SMF (tussen de 1470nm en 1610nm) maximaal 8 kanalen kunnen worden
voorzien. De kanalen zijn dan ongeveer 20nm breed.
DWDM daarentegen biedt een veelvoud aan kanalen tussen de 1530nm en 1562nm.
Al naar gelang de kwaliteit van de laser diodes, kan een kanaalbreedte
van 0.8nm of zelfs 0.25nm worden gekozen. Hierdoor kunnen er met de huidige stand van techniek 128
kanalen worden uitgezonden.
Een belangrijk aspect bij de overweging welke WDM technologie te kiezen
is de reikwijdte van de laser diodes (en bijbehorende ontvangers).
Zonder versterking kan zo'n laser maximaal 150km overbruggen. In figuur
is het gedrag van een optische versterker te zien die wordt gebruikt om WDM signalen te versterken.
We merken op dat deze versterkers een beperkte bandbreedte kunnen versterken. Het
gedeelte wat versterkt kan worden heet het Common Spectrum.
Eronder en -boven functioneert de versterker niet of werkt hij zelfs
dempend op het signaal.
In figuur stelden we reeds vast dat de verbinding
tussen het hoofdkantoor in Ede en Telecity in Amsterdam 90 km is. Als de
verbinding tussen Telecity en Sara uit valt (vezelbreuk) zal het verkeer
tussen die twee lokaties de omgekeerde richting over de ring moeten
volgen en deze afstand (180 km) overschreidt de kritische grens van het
vermogen van (onversterkbare) CWDM lasers. De keuze tussen CWDM en DWDM zal
dus niet alleen afhangen van de hoeveelheid benodigde kanalen maar ook van
de wens voor redundantie.
Aangezien het in het OSI model op steeds hogere lagen ook steeds
bewerkelijker wordt om redundantie te kunnen garanderen, zal er een
afweging gemaakt moeten worden of de routers in layer3 (IP) redundancy
zullen aanbrengen door middel van omrouteren van IP packets, of dat de
onderliggende transmissie apparatuur voor de redundantie zal zorg
dragen.
|
|
 |
|
 |
|
|
|
|
Statistieken laatste 5 minuten
|
|
 |
|
 |
| |
| |
| |
|
|