10-07-2008 11:05:00

Het huidige shared Windows webhosting platform (Bij BIT bekend als ‘dotnet’) is ontworpen volgens de standaard uit 2004, nu 4 jaar later wordt het tijd voor een compleet nieuw ontwerp met daarbij de mogelijkheid om het platform van de nieuwste snufjes te voorzien. Daarbij is rekening gehouden met de feature requests en de technische eisen die in de loop der tijd door klanten en prospects bij ons zijn gemeld.

Op 11 juni tijdens het onderhoudsvenster hebben wij onze Microsoft SQL server van nieuwe software voorzien. Deze machine draaide op Windows 2003 en SQL 2000 en sindsdien op Windows 2008 en SQL 2005. De reden dat er niet gekozen is voor SQL 2008 is dat hier nog geen stabiele (productiewaardige) versie van beschikbaar is. De laatste release candidate wordt pas eind 2008 verwacht, tegen die tijd zou het nieuwe hostingplatform al productie moeten draaien.

Het nieuwe ‘http-windows’ hosting platform is momenteel nog in een beta fase, maar het technische ontwerp zelf is bijna klaar en draait in een testomgeving bij BIT. Naar verwachting zal dit platform aan het einde van het derde kwartaal dit jaar klaar zijn en in het vierde kwartaal kunnen de migraties plaatsvinden.

Dit nieuwe platform draait net als de Microsoft SQL Server volledig op het nieuwe Windows 2008 besturingssysteem van Microsoft. Microsoft heeft ten aanzien van Windows 2008 aardig wat zaken aangepast die voornamelijk van toepassing zijn voor hostingdoeleinden, datgene wat in de Windows 2003 versie nog veelal ontbrak zit nu standaard in Windows 2008.

Voor de webservers betekent dat dan ook een grote verandering met betrekking tot .NET applicaties. De 4 loadbalanced Windows 2008 webservers zijn voorzien van IIS 7.0, .NET alle versies tot en met .NET 3.5 inclusief AJAX en Silverlight ondersteuning.

In IIS 7 draaien .NET-toepassingen rechtstreeks op de core van IIS in plaats van naar de Internet Server Application Programming Interface-extensie te worden verzonden. Dit is een stuk veiliger en levert bovendien snelheidswinst op. De runtimeomgeving van .NET wordt in wezen één geheel, doordat het onderscheid tussen .asp, .NET-code en IIS vervaagt.

Verder blijft de werking hetzelfde: ‘http-windows’ zal net als ‘dotnet’ voorzien zijn van 2 Domaincontrollers die een failover cluster vormen voor authenticatie en storage en 4 webservers in een loadbalanced omgeving, allen verdeelt over beide datacenters. De Domaincontrollers zijn via iSCSI verbonden met een redundante NetApp Storage LUN. Door deze storage op deze NetApp te zetten is deze data centraal beschikbaar voor beide Domaincontrollers en kunnen deze individueel van elkaar de data aanleveren aan de webservers. Los daarvan wordt via een extern systeem nog eens backups gemaakt van deze data.

Uiteraard zullen wij via deze weblog de vorderingen aan het platform rapporteren!