Hoe erg is het nou?
Nee echt, hoe erg is het nou?
Sinds 2022 werk ik voor BIT. En dat betekent ook dat ik me ondertussen al een paar jaar bezighoud met iets wat BIT eigenlijk al dertig jaar doet: digitale autonomie.
De diensten van BIT draaien volledig in Nederland. Onze datacenters zijn van ons, de hardware is van ons, de kabels, de racks, de systemen: eigen beheer, eigen grond, eigen verantwoordelijkheid. En waar het kan gebruiken we open-sourceoplossingen.
Een tijdlang voelde het alsof we dat verhaal over digitale autonomie aan het roepen waren in een lege ruimte. We waarschuwden voor afhankelijkheid van buitenlandse providers, voor vendor lock-in, terwijl het gros van de markt eigenlijk alleen maar keek naar het gemak op de korte termijn. Onze boodschap begint nu eindelijk binnen te komen, ook bij de Nederlandse overheid. Ineens is digitale autonomie geen niche meer, maar een serieus politiek thema.
“Maar dat is eng”
En toch hoor en lees ik, in gesprekken en in de comments op LinkedIn, steeds dezelfde bezwaren terugkomen. Namelijk: ja maar dan moeten we allemaal overstappen op dingen die we niet kennen, en dat is spannend, en eng, en dat kan toch niet, want we zijn gewend aan Office en Outlook en dat is comfortabel. Ik zeg: hou op met me. Doen we niet ontzettend moeilijk over iets wat we eigenlijk al tientallen keren hebben meegemaakt?
Even een anekdote. Toen ik mijn eerste smartphone kreeg, was dat ding totaal anders dan wat ik gewend was. Knoppen zaten op andere plekken, functies werkten niet zoals ik verwachtte, en ik vond er van alles van. Later stapte ik over op een ander merk en begon het hele verhaal opnieuw. Weer gemopperd, weer gevloekt, weer dat gevoel dat het oude beter was. En toch gebruik ik dat toestel nu zonder erbij na te denken.
Andere knopjes
En da’s precies wat er gebeurt bij de overstap naar andere digitale systemen. Voor een eindgebruiker verandert de kern van het werk amper. Je blijft mailen, documenten maken, videobellen, bestanden delen en opslaan. Of je dat nou doet met MS Teams, Nextcloud Talk, Zoom of Jitsi, met OneDrive, Google Drive of de BIT NL Cloud: functioneel maakt het weinig verschil. Het doel blijft hetzelfde: communiceren en samenwerken op het internet. Het enige wat er echt verandert is de vorm. De knopjes zitten net op een andere plek, sommige functies heten anders, de interface is ziet er nét anders uit. Dat is geen technisch probleem, maar menselijk ongemak.
En die alternatieven voor de grote jongens, die zijn er ook al lang. Europese en Nederlandse oplossingen draaien al jaren, op schaal. Nextcloud bestaat niet sinds gisteren, Jitsi is geen experimentele software. Nederlandse cloudproviders draaien stabiele omgevingen die voor eindgebruikers net zo betrouwbaar zijn als de grote platforms. Het idee “dat we er nog niet zijn” is gewoon bullshit.
Digitale autonomie is niet spannend (maar wel belangrijk)
Voor de mensen aan de achterkant van de systemen is dit nooit het grootste probleem geweest. Die werken al lang met Linux en open-source oplossingen en weten wel hoe ze hun weg moeten vinden. De discussie gaat wat mij betreft eigenlijk niet echt over technische haalbaarheid, maar om de vraag hoe veel “ongemak” we bereid zijn te accepteren in ruil voor meer controle, meer transparantie en minder afhankelijkheid.
Digitale autonomie vraag niet om heldendaden van ons eindgebruikers. Alleen om verandering en erkenning van die verandering. Dat was zo bij mijn eerste (en tweede, en derde) smartphone, en met overstappen naar nieuwe software is dat niet anders.
Dus hoe erg is het nou? Niet zo erg. Het is even wennen, even zoeken, en misschien een beetje vloeken en tieren. En daarna werkt het, net zoals al die andere dingen waar we eerst tegenop zagen, maar die uiteindelijk ook allemaal wel meevielen.
Door: Els de Jong